Leut in Groenlo

In Groenlo doen maar liefst dertig dweilorkesten mee tijdens Hemelvaartsdag aan het jaarlijkse dweilorkestenfestival. Twintig orkesten in, wat genoemd wordt, de wedstrijdklasse en ruim tien in de zogenaamde 'leutklasse'.   Eén keer raden waar wij ingedeeld zijn? Geen idee? Om je op weg te helpen: 'pret' staat dat gelijk aan wedstrijd of aan lol/leut? Juist! We gingen voor de leut die dag, en met de bus!

Helaas moesten een paar mensen afhaken: Ciska, Alette, Alex en Thijs (ziek) waren niet van de partij. We zijn met 28 muzikanten van onszelf, vier muzikale gasten uit Den Bosch (Theo, Wim, Ad en Ton), twee vaste fans (Ben en Stijn), onze vaste fotograaf (Christian) en nog wat aangetrouwd volk, dus met een volle bus trokken we richting Groenlo (sommigen dachten dat het festival in Heino was maar dan ben je niet echt van deze wereld!).

Er stonden vier officiële optredens van een kwartier gepland. Aan het begin vielen we met onze neus in de boter: omdat we, met onze begeleiders Jos en Theo, redelijk vroeg aanwezig waren op de Markt mochten we het geluid op het hoofdpodium uittesten met ons traditionele beginnummer Longstreet-Dixie gevolgd door 'Just a little bit'.

Vervolgens stonden we al ruim voor twaalven op het podium voor het eerste optreden, waardoor we daar twintig minuten vol konden maken. We begonnen met weinig publiek maar gedurende die twintig minuten liep het steeds verder vol. Een lekker begin onder de bemoedigende aanwezigheid van de moeder van Jasper M. in het publiek. Omdat ik de enige altsaxofonist ben vandaag (zowel Thijs als Allette zijn er dus niet) speel ik de solo in Oya Lele in mijn eentje. Als Giorgio aankondigt dat we dat nummer gaan spelen komen veel stimulerende blikken en opmerkingen ('sterkte', 'je kan het' etc) mijn kant op en na het nummer zijn de positieve en stimulerende reacties (duimen omhoog) niet van de lucht. Dat vind ik nou ook leut: dat je enthousiast en stimulerend naar elkaar bent. En zo hoort het ook bij een pretband!

Na het tweede optreden op het Europaplein rond half twee spreken een paar mensen uit Bodegraven me aan: "Jullie zijn de enige groep die we tot nu toe gezien hebben die echt staan te swingen en te bewegen en die er zichtbaar plezier in hebben, dat zien we bij andere groepen veel te weinig". Kortom ook door de toeschouwers wordt bij ons de leut gezien. We hadden dan ook een paar mooie nummers op dat plein: de slips kwamen tevoorschijn bij het nummer 'Zwemmen zonder ...' en het nieuwe 'People of the Village Megamix' kwam sterk uit de verf. Yvonne nam deze keer weer de solo in 'Wat je van ....' voor haar rekening (nadat Anne de zaterdag ervoor op de Pinkstermarkt in Brummen die solo geweldig had uitgevoerd) en ook 'Roodkapje' schalde lekker over het Europaplein.

Toch zat de meeste pret en leut in het tweede deel van de middag. Een onofficieel optreden ergens halverwege in een straat, waar we met 'Moeders', 'Born to be wild', 'Het dorp', 'Crazy little thing called love' en 'Zorba' binnen de kortste keren een grote groep mensen om ons heen hebben verzameld. De slagwerkers Jasper, Jasper, Jelle en Tonnie hebben alle ruimte om tijdens 'Moeders' heen en weer te rennen. Tijdens 'Zorba' blijkt dat we met onze gastmuzikanten de begeleidende pasjes nog eens goed moeten oefenen. Na afloop zeggen we tegen elkaar dat we op ons best zijn als we 'gewoon tussen de mensen spelen'.

Dat is bij ons volgende optreden op de camping ook een beetje het geval: een klein podium waar Jan Smit ('Als de nacht verdwijnt') bijvoorbeeld gelijk aanslaat. Bij de River Kwai gaat alle aandacht terecht naar Maartje die het intro feilloos op haar piccolo speelt en mij ook elke keer weer verbaasd laat staan hoe je uit zo'n klein instrument zoveel moois kunt halen.

We worden in een treintje naar de camping gebracht en weer terug. Daar krijgt de 'leut' wel zijn voorlopig hoogtepunt met veel muziek (Hela Holala), geroep ('t is stil ...) en gezang (generale van het Tondens volkslied).

Terug in Groenlo (of was het nou Heino?) doen we nog even een klein optreden voor Graafschap TV en een klein optreden in een woonkamer. In een woonkamer? Ja, dat kwam zo: we lopen langs een huis in de Rabeldersteeg waar op het raam een briefje geplakt is met de tekst 'Hier moet je muziek maken'. Nou dat was bij ons niet tegen dovenmansoren gezegd! Vervolgens gaat de deur open, ja dat hadden ze niet moeten doen want we marcheren achter Nienke aan met ruim 30 muziekkanten in de huiskamer in. En daar staan we dan in een vreemde kamer met paarse muren, met een enthousiast klappende maar vreemde man 'Hela Holala' te spelen, dat nummer hadden we tenslotte net nog in het treintje geoefend!

Ook het slotoptreden rond kwart voor zes is gelukkig redelijk 'tussen de mensen': een laag podium in een relatief smal straatje. Tijdens de Zeemans Medley gaan bij fluitsectie (Loes, Monique, Linde en Maartje) die dag voor de tweede keer de kanten mutsjes op. 'Kom van dat dak af .. er is koffie' is voor de klarinetten (Sandra, Nienke, Marjolein, Anne, Yvonne en Liesbeth) weer een mooie gelegenheid om op de maat samen met het slagwerk hun instrumenten door de lucht te draaien wat ik zo'n fantastisch gezicht vind. De befaamde tenorsaxofoon solo van Gerjan in dit nummer maakt het geheel compleet. Het publiek krijgt er geen genoeg van en we mogen nog effe door zodat de pret en leut echt naar een hoogtepunt gaat met het spelen van 'Over and out' als een daverende afsluiting.

Met vier officiële optredens, waarvan de eerste en laatste al wat langer waren dan een kwartier, en met vijf onofficiële optredens (aan het begin, tussendoor op straat, in het treintje, voor de TV en in de huiskamer) hebben we aardig wat leut gehad in Groenlo. En we gaan met twee bijzondere gevoelens tevreden naar huis: dat we lekker staan te bewegen en te swingen, en dat we, in tegenstelling tot veel andere dweilorkesten, elke keer een optreden met andere nummers vullen. We hebben onze (pretband) naam eer aan gedaan en zaten terecht in de leutklasse.

Bob Koster
20 mei 2007